Research Query: Identify Author/Title of Dutch Dissertation

Jacob Adler's picture

Dear Colleagues,

Below is a page of a Dutch dissertation whose title and author I have unfortunately failed to record. I would be grateful if someone could identify the author and title of this work.

Sincerely,
Jacob Adler
University of Arkansas
Philosophy Department
Fayetteville, Arkansas, USA
<jadler@post.harvard.edu>

---------------------------------

 

hij de rest van Andreae's werk onder vuur neemt.325 Aangezien Verbeek deze werken niet besproken'heeft en ze alleen in het buitenland bewaard zijn gebleven, heh ik ze niet kunnen verwerken.

De reacties van Clauberg en Andreae uit Herbom en Groningen tonen dat het cartesiaanse debat een intemationale omvang begon te krijgen.326 Ook buiten de academische wereld en in kerkelijke gemeenten werd er over gesproken. Van 1653 tot 1656 zal een grootscheepse pamflettenstrijd losbarsten.

Hoofdstuk4

 

De pamflettenstrijd van 1653-1656

 

4.1 Inleiding

 

Het cartesiaanse debat bereikte een hoogtepunt in de pamflettenstrijd die van 1653 tot en met 1656 tussen aanhangers en tegenstanders van Descartes ontbrandde. In korte tijd zagen meer dan vijf en twintig geschriften over zijn filosofie het licht. De strijd verliep in drie fasen.327 De eerste werd ingeleid door een geschrift van de cartesiaanse theoloog Christophorus Wittichius, waarin hij inging op het belang van de Schrift voor de natuurlijke filosofie. De tweede fase begon met het Bewys, dat het gevoelen van die genen, die leeren der Sonne Stilstandt, en des Aertrycks Beweging, niet strydich is met Godts-Woort, geschreven door de arts Lambertus van Velthuysen. Tegelijk met deze discussie vond er een pennenstrijd plaats tussen Voetius en Heidanus.

In eerste instantie lijkt het in deze pamflettenstrijd te gaan om het copemicanisme. De titels van de meeste werken refereren daar ook aan. Bij nadere analyse blijkt de discussie over het copemicanisme echter om een dieper liggend probleem te gaan. Het copemicanisme was algemeen aanvaard in Nederland. 328 Gassendi schreef tijdens zijn reis in 1629 door de Nederlanden aan een Franse vriend dat "iedereen hier voor de

 

325 Evenals het werk van zijn tegenstander verscheen het in twee delen (1654-1655): In 1654 verscheen Καρτεςιοναμια,  est furiosum nugamentum quad Tobias Andrea sub titulo Assertionis methodi cartesianae orbi literario obtrusit, succincte ac solide refutatum. In 1655: Kapr&r;wµavia pars altera, qua ad secundam partem rubiosae assertionis Tobiae Andrae respondetur. Beide delen bevinden zich in Berlijn.

326 Verbeek haalt ook de affaire rond het cartesianisme in Herborn aan om de nationale doorwerking van het cartesianisme te demonstreren. De jonge hoogleraren Clauberg  en Wittichius riepen door hun cartesiaanse ideeen de tegenspraak op van hun collega Lentulus. In 1651 vroeg graaf Lodewijk Hendrik van Nassau, de bestuurder van Herborn, aan  alle Nederlandse universiteiten en hogescholen om een oordeel over de cartesiaanse wijsbegeerte. De antwoorden tonen een landelijke doorwerking van Descartes' filosofie, Descartes and the Dutch, 82-88. Zie ook: McGahagan, Cartesianism, 270-272.

327Volgens Verbeek kende de strijd twee fasen, maar hij rekent de discussie tussen Voetius en Heidanus niet als een aparte fase, "La philosophie cartesienne", 236.

328 Zie R. Hooykaas, 'The reception of Copernicanism in England and the Netherlands', in C. Wilson e.a., The Anglo-Dutch Contribution to the Civilization of Early Modern Society, Oxford 1976.

 

79